Inzage in loonadministratie: exhibitie aan partij die geen partij is bij die rechtsbetrekking?
31-01-2012De eiser in dit incident vordert de veroordeling van verweerster in het incident tot het geven van inzage in een deel van haar loonadministratie en enkele arbeidscontracten. Verweerster stelt dat eiser die inzage niet kan krijgen omdat zij geen partij is bij de rechtsbetrekking waarop de opgevraagde bescheiden zien. Eiser voldoet daarmee niet aan de voorwaarden van artikel 843a Rv. De rechtbank leidt uit de parlementaire geschiedenis bij het artikel af dat de wetgever een verruiming van de exhibitieplicht heeft beoogd en wijst de vordering van eiser toe.
Artikel 843a lid 1 Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.
Met de voorwaarde dat door eiser inzage of afschrift wordt gevorderd van bepaalde bescheiden "aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn" is niet bedoeld dat eiser contractspartij moet zijn bij de arbeidsovereenkomsten en eventuele overeenkomsten van opdracht waarop de loonadministratie ziet.
Uit de parlementaire geschiedenis bij het nieuwe artikel 843a Rv blijkt dat de wetgever een verruiming van de exhibitieplicht heeft beoogd. In de Memorie van Toelichting, pagina 188 wordt het arrest van de Hoge Raad van 20 januari 1998, NJ 1998, 459 aangehaald. In dit arrest achtte de Hoge Raad een verkoper niet gehouden om aan zijn koper een koopovereenkomst ter beschikking te stellen die deze verkoper met een derde had gesloten. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat op grond van de aanvulling van artikel 843a Rv, de wederpartij, met een beroep op haar belang om (tegen)bewijs te kunnen leveren, wel zou kunnen vorderen dat de koopovereenkomst in het geding wordt gebracht.
Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat er in het onderhavige geval sprake is van een rechtsbetrekking waarbij eiser partij is, namelijk de verbintenissen uit Overeenkomst I en II tussen verweerster en eiser. Voorts hebben stukken waarvan inzage respectievelijk afschrift is gevraagd betrekking op die rechtsverhouding nu hetgeen uit die stukken blijkt bepalend is voor de vraag of verweerster een beroep op de vernietiging van de tussen eiser en verweerster toepasselijke algemene voorwaarden kan doen.
De rechtbank leidt hieruit tevens af dat eiser een rechtmatig belang heeft bij de door haar gevraagde stukken. De stukken zijn immers van belang voor het onderbouwen van het verweer zijdens eiser dat door verweerster op de vernietigingsgronden van de artikelen 6:233 en 6:234 BW geen beroep kan worden gedaan omdat bij haar ten tijde van het sluiten van de overeenkomst 50 of meer personen werkzaam waren (artikel 6:235 lid 1 onder b). Verweerster heeft ter comparitie bovendien zelf aangevoerd dat zij haar stelling dat zij destijds minder dan 50 werknemers had met haar loonadministratie kan onderbouwen. Eiser heeft ook voldoende duidelijk beschreven welke stukken zij wenst in te zien. Ook is de periode waarop de stukken zien voldoende afgebakend. Nu verweerster voorts geen weigeringsgronden ex artikel 843a, lid 4 Rv naar voren heeft gebracht, zal de vordering van eiser tot inzage respectievelijk afschrift van de voornoemde stukken worden toegewezen.
Rechtbank Dordrecht 18 januari 2012, LJN BV1534
Opmerkingen:
In de praktijk wordt artikel 843a RV maar weinig gebruikt, hoewel het een vergaand en effectief instrument kan zijn. Het begrip ‘bescheiden’ mag ruim worden uitgelegd. Zo kan er afgifte van bijvoorbeeld documenten, beeldmateriaal, (computer)bestanden of zelfs processtukken worden gevorderd.
De vordering kan ingesteld worden als aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1) de eiser of verzoeker dient een rechtmatig belang te hebben, 2) de vordering moet zien op bepaalde bescheiden, en 3) er moet een rechtsbetrekking zijn waarbij men partij is.
Zie voor meer over dit onderwerp:
H.A. Dragstra, ‘De exhibitieplicht in het arbeidsrecht, TRA afl. 5, mei 2009;
E.T. Visser, ‘Het exhibitionisme in arbeidszaken en de fundamentele herbezinning, ArbeidsRecht 2007, 32;
Zie voor meer jurisprudentie onder andere:
Ktr. Utrecht 13 februari 2008, JAR 2008/83;
Hof ’s-Gravenhage 11 april 2008, LJN BD0694;
Vzr. Rechtbank Maastricht 4 december 2009, LJN BK5353 en
Nieuwsbericht 2012/7:Toewijzing verzoek om afgifte van stukken in kort geding (exhibitieplicht ex artikel 843a Rv).
Wetgeving Artikel 843a lid 1 Rv
Jurisprudentie Rechtbank Dordrecht 18 januari 2012, LJN BV1534
Bron: OpMaat_Arbeidsrecht
Nummer 2012/44
« Terug naar overzicht nieuws





