Publicaties rechtspraak.nl

29-02-2012

Dit nieuwsbericht bevat een overzicht van publicaties van arbeidsrechtelijke uitspraken die in week 8 van 2012 zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

  • LJN BU8512, Hoge Raad, 10/03971, 24 februari 2012 (datum publicatie: 24 februari 2012)

Opzegging zonder toestemming als bedoeld in art. 6 BBA. Toepasselijkheid (art. 6 en 9) BBA hangt, zoals beslist in HR 23 oktober 1987, LJN AD0017, NJ 1988/842, af van mate van betrokkenheid sociaal-economische verhoudingen in Nederland en belangen Nederlandse arbeidsmarkt bij de arbeidsovereenkomst en het ontslag. Sinds wijziging art. 6 BBA bij Wet van 14 mei 1998 (Stb. 1998, 300) staat bescherming werknemer tegen sociaal ongerechtvaardigd ontslag nog meer op de voorgrond door vervallen van vergunningsplicht voor ontslagneming door werknemer. Oordeel hof dat doel BBA om een aan de werknemer toekomende vorm van bescherming tegen (sociaal) ongerechtvaardigd ontslag te bieden de nadruk verdient, is juist. Oordeel dat toepasselijkheid art. 6 en 9 BBA in onderhavig geval gerechtvaardigd is, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting.

  • LJN BU9902, Hoge Raad, 11/01770, 24 februari 2012 (datum publicatie: 24 februari 2012)

Art. 81 RO. Arbeidsongeval. Werkgeversaansprakelijkheid; art. 7:658 lid 1 BW. Schending zorgplicht?

  • LJN BU9889, Hoge Raad, 10/04196, 24 februari 2012 (datum publicatie: 24 februari 2012)

CAO. Toepasselijkheid. Uitleg “hoofdzakelijkheidscriterium” in werkingssfeerbepaling, te weten dat in betrokken onderneming “in hoofdzaak het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen wordt uitgeoefend”. CAO-norm; uitleg naar objectieve maatstaven (vgl. HR 8 oktober 2010, LJN BM9621). Redelijke uitleg brengt mee dat bij toepassing hoofdzakelijkheidscriterium alle in de onderneming gewerkte arbeidsuren worden betrokken die redelijkerwijze vallen toe te rekenen aan de uitoefening van het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen. Dit betreft dus ook arbeidsuren van werknemers die bedrijfsuitoefening faciliteren, of ervoor zorgen dat producten van de bedrijfsuitoefening afzet vinden.

  • LJN BV6635, Rechtbank Almelo, 126504 / KG ZA 12-24, 20 februari 2012 (datum publicatie: 22 februari 2012)

Vordering tot ongedaan maken schorsing bestuurder en de daarmee samenhangende maatregelen.

  • LJN BV6973, Rechtbank Almelo, 397228 CV EXPL 689/12, 24 februari 2012 (datum publicatie: 27 februari 2012)

Ontslagzaak. Kort geding. Ontslag op staande voet wegens verduistering in dienstbetrekking. Winkelbranche. Voorbeeldfunctie. Verborgen camera. Ontslag blijft vooralsnog in stand.

  • LJN BV6974, Rechtbank Almelo, 398172 EJ VERZ 807/12, 24 februari 2012 (datum publicatie: 27 februari 2012)

Ontbinding. Dringende reden afgewezen. Arbeidsovereenkomst ontbonden op subsidiaire grond: wijziging in de omstandigheden. Vertrouwensbreuk.

  • LJN BV6449,Sector kanton Rechtbank Haarlem, 519006, 16 september 2012 (datum publicatie: 21 februari 2012)

Werkneemster vordert in kort geding (primair) veroordeling van haar vorige werkgeefster tot het gehengen en gedogen van concurrerende werkzaamheden voor haar huidige werkgeefster vanaf 1 oktober 2011, (subsidiair) matiging of schorsing van het concurrentiebeding van werkneemster met haar vorige werkgeefster vanaf die datum. De primaire vordering wordt afgewezen, omdat het een constitutieve uitspraak betreft die zou moeten zijn gebaseerd op het definitieve oordeel van de voorzieningenrechter dat, wat er ook zij van de inhoud van het concurrentiebeding, dit in ieder geval inmiddels verlopen is. Dat oordeel moet aan de bodemrechter worden overgelaten. De secundaire vordering tot matiging van het concurrentiebeding wordt afgewezen, omdat dit eveneens een constitutionele uitspraak vereist. De secundaire vordering tot gedeeltelijke schorsing wordt toegewezen. De door de voormalige werkgeefster ingestelde tegenvorderingen worden afgewezen.

  • LJN BV6800,Sector kanton Rechtbank Leeuwarden, 373167 CV EXPL 11-5500, 1 februari 2012 (datum publicatie: 23 februari 2012)

Gedragingen werknemer rechtvaardigen gegeven ontslag op staande voet.

  • LJN BU4530,Sector kanton Rechtbank Middelburg, 223264, 8 september 2011 (datum publicatie: 23 februari 2012)

Ontslagbescherming na staking Bij een rechtmatige staking over werkroosters worden de stakers ontslagen. Dat ontslag wordt snel weer ingetrokken. Na een kort geding roept de werkgever de stakers op voor persoonlijke gesprekken. In het gesprek met een staker zegt de werkgever het vertrouwen in hem op en stelt hem op non-actief. De werknemer stemt niet in met de beëindiging van zijn dienstverband. Een ontslagvergunning wordt de werkgever geweigerd. Intussen heeft de werkgever ontslag op staande voet gegeven. In kort geding wordt dat ontslag nietig geoordeeld en een bevel tot tewerkstelling gegeven. Werkgever voldoet niet aan dit bevel en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de grond dat elk vertrouwen in werknemer ontbreekt. Beslag is nodig om loonbetaling af te dwingen. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever zonder goede gronden het vertrouwen in de werknemer heeft opgezegd. Wat er nadien is gebeurd is geen reden geweest voor die beslissing. Die beslissing heeft een rechtstreeks verband met de staking. Dat staat in de weg aan een ontbinding, want dat zou neerkomen op een sanctie achteraf op het deelnemen aan een rechtmatige collectieve actie. Weliswaar is de arbeidsrelatie ernstig verstoord, maar dat is geheel te wijten aan de onbuigzame houding van de werkgever. Het mag niet zo zijn dat wordt ontbonden op het machtswoord van de werkgever die een staker niet wil laten terugkeren op het werk. Het verzoek wordt afgewezen.

  • LJN BV6681,Sector kanton Rechtbank Rotterdam, 1093369, 7 april 2010 (datum publicatie: 23 februari 2012)

Het primaire verzoek, ontbinding op grond van een dringende reden, kan niet worden toegewezen nu de door werkgever hieraan ten grondslag gelegde feiten alle door werknemer gemotiveerd zijn betwist en de lezing van werknemer niet bij voorbaat onaanneme¬lijk voorkomt, zodat van de juistheid van het door werkgever gestelde feitencomplex onvoldoende is gebleken. Werkgever heeft zich verzet tegen nadere bewijsgaring, Het subsidiaire verzoek van werkgever en het tegenverzoek van werknemer gaan beide uit van door de gerezen situatie veranderde omstandigheden die aan een vruchtbare voortzetting van de arbeidrelatie in de weg staan. De kantonrechter deelt die inschatting van partijen en de arbeidsovereenkomst zal dan ook worden ontbonden. Gezien de omstandigheden bestaat er geen aanleiding de hoogte van de aan werknemer toe te kennen vergoeding te differentiëren al naar gelang de indiener van het verzoek. Evenmin zijn er indicatoren om deze anders dan conform de kantonrechtersformule, met inachtneming van een neutrale C-factor van 1, te berekenen.

  • LJN BV6734,Sector kanton Rechtbank Rotterdam, 1289240, 1 december 2011 (datum publicatie: 24 februari 2012)

Een werknemer wordt, tijdens ziekte, geconfronteerd met een reorganisatie. Zijn tot dan toe vervulde functie is gewijzigd en wordt thans uitgeoefend door een andere werknemer. Het nieuwe salaris, behorend bij de nieuwe functie van werknemer, is substantieel lager. Het geschil gaat met name om de vraag of werknemer dit aanmerkelijk lagere salaris moet accepteren. De kantonrechter oordeelt in kort geding dat dit niet het geval is, maar stelt tevens vast dat dit niet betekent dat werknemer in het geheel geen wijziging in zijn salaris zou moeten accepteren.

  • LJN BV6428,Sector kanton Rechtbank Utrecht, 789629 UV EXPL 11-521 HV/4061, 15 februari 2012 (datum publicatie: 21 februari 2012)

Ontslag op staande voet van Wsw-werknemer. Gedragingen die ten grondslag zijn gelegd aan dringende reden hangen samen met de beperkingen (in het sociaal functioneren) die indicatief zijn geweest voor de Wsw-indicatie.

« Terug naar overzicht nieuws